Schatten en berekenen medisch rekenen

Als je fouten wilt voorkomen kan het verstandig zijn om eerst de uitkomsten van een som te schatten. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat je een rekenmachine gebruikt maar een typefout maakt. Als je dit niet door hebt kan het vervelende gevolgen hebben. Als je eerst een schatting maakt en vervolgens de rekenmachine gebruikt dan zie je direct of de som logisch uitkomt.

Voorbeeld:

587 + 736 + 288 + 642 = 2253

Deze som ga je afronden in honderdtallen.

600 + 700 + 300 + 600 = 2200

De antwoorden liggen relatief dicht bij elkaar. Stel je voor dat je 687 had in getoetst in plaats van 587 dan had je al een redelijk groot verschil gehad. Dit valt op, waardoor je de rekensom op de rekenmachine zou herhalen. Je hebt een rekenfout voorkomen door eerst te schatten.

Bedenk bij het schatten ook of de uitkomst logisch is. Je wilt weten hoeveel 10 tabletten van 500 mg paracetamol bij elkaar wegen. De uitkomst is dan 5000 mg = 5 gram.

Een uitkomst kan dan nooit 5000 gram = 5 kilo zijn. Dit zou onlogisch zijn.

 

Optellen en aftrekken

Bij optellen en aftrekken is het makkelijk om eerst ronde tientallen of honderdtallen te maken en vervolgens dit weer van het totaal afhalen. Een voorbeeld om het duidelijk te maken.

288 + 1438 = Maak van 288 eerst 300. Je telt op 300 + 1438 = 1738. Vervolgens moet er nog 12 van af (300 -/- 288) dus: 1738 – 12 = 1726.

540 – 61- 40 =

Trek eerst 40 van de 540 af: 540 – 40 = 500.

Vervolgens 500 – 61 = 439

 

Vermenigvuldigen en delen

Vermenigvuldigen

Bij vermenigvuldigen worden 3 termen onderscheiden.

10 x 15 = 150

Vermenigvuldiger = staat voor in de som = 10

Vermenigvuldigtal = volgt als tweede getal = 15

Product = de uitkomst van de som = 150

Meestal wordt het kleinste getal in de som als eerste opgeschreven. In dit geval 10 x 15 in plaats van 15 x 10. Dit rekent makkelijker.

Wil je makkelijker een vermenigvuldiging berekenen dan kun je de volgende techniek toepassen. 24 x 75 =

Je deelt de vermenigvuldiger door 2 en het vermenigvuldigtal verdubbel je. Je krijgt dan:

12 x 150 =

6 x 300 =

3 x 600 = 1800

Bij vermenigvuldigingen met grotere getallen is het verstandig om de duizendtallen, honderdtallen, tientallen en eenheden uit elkaar te halen.

445 x 143

1335 ( 445 x 3)

17800 ( 445 x 40)

44500 ( 445 x 100)

Deze getallen tel je vervolgens bij elkaar op: 63635

Als er gerekend wordt met kommagetallen verandert er niet veel.

4,45 x 14,3 = 63,635

 

Delen

Bij delen worden 3 termen onderscheiden.

1000 / 100 = 10

Deeltal = staat voor in de som = 1000

Deler = volgt als tweede getal = 100

Quotiënt = de uitkomst van de som = 10

Bij een grote som kun je gebruik maken van een staartdeling.

Schat vooraf de som, zodat je ongeveer weet waar je op moet uitkomen.

 

Machten

Bij vermenigvuldigen zijn er soms lange cijferreeksen die korter opgeschreven kunnen worden.

Bijvoorbeeld 3 x 3 x 3 x 3

Dit kan korter beschreven worden als 34 = 81

Dit wordt uitgesproken als:

–       De 4e macht van 3.

–       3 tot de macht 4.

–       3 tot de vierde.

 

3 is het grondtal en 4 is het exponent.

Bij optellen en aftrekken van machten wordt eerst de macht uitgerekend en vervolgens de optelsom op het aftrekken.

33 + 34 = 27 + 81 = 108

 

Bij een vermenigvuldiging van machten met hetzelfde grondtal tel je de exponenten bij elkaar op.

33 x 34 = 37 = 2187

 

Exponenten

Hele grote (of kleine) getallen reeksen worden opgeschreven als exponenten. Dit komt de schrijfbaarheid en leesbaarheid ten goede. Er wordt gewerkt met machten van 10, waardoor het exponent overeenkomt met het aantal nullen.

10 = 101

100 = 102

  1. 3
  2. 4
  3. 5
  4. 6

Alle 10 tallen zijn gemakkelijk uit te schrijven zoals je in bovenstaande rijtje ziet.

Het is anders als er andere getallen bij komen kijken. Bij het beschrijven van bijvoorbeeld laboratorium uitslagen worden enorm kleine getallen beschreven.

Hoe wordt het opgeschreven. Het eerste getal is altijd tussen de 1 en de 10.

  1. 6
  2. 8

 

https://www.medischverpleegkundigrekenen.nl/

Comments are closed.